Hoe wordt een akkoord ingericht?

Het akkoord moet voorzien in een klassenindeling wanneer verschillende categorieën van schuldeisers en aandeelhouders betrokken zijn. Dat is aan de orde als de schuldeisers en aandeelhouders in faillissement rechten hebben of op basis van het akkoord rechten krijgen die verschillend zijn. Aan partijen met verschillende rechten kunnen verschillende voorstellen worden gedaan.

In principe is de opsteller van het akkoord vrij te bepalen hoe de klassen eruit zien. In ieder geval worden schuldeisers of aandeelhouders die een verschillende rang hebben, in verschillende klassen ingedeeld. De rangorde volgt uit de wet of een contract. Voor uit de wet voortvloeiende klassen gaat het dan bijvoorbeeld om pand- of hypotheekhouders, leveranciers met een eigendomsvoorbehoud en de ‘gewone’ concurrente crediteuren. Bij contractuele regelingen betreft het bijvoorbeeld schuldenaren waarmee een achterstellingsovereenkomst of een ‘intercreditor agreement’ is gesloten. MKB-ondernemers met 50 of minder werknemers, die een vordering hebben voor geleverde goederen of diensten of een vordering uit onrechtmatige daad, vormen een aparte klasse. Bij de klassenindeling kan – maar hoeft niet – rekening gehouden te worden met andere factoren die van invloed kunnen zijn op de manier waarop schuldeisers en aandeelhouders het akkoord beoordelen, zoals verschillende fiscale gevolgen van het akkoord. De klassenindeling kan doorslaggevend zijn voor het, al dan niet, succesvol verlopen van de procedure en dient dus met de nodige aandacht en zorg te worden bepaald.

Aan iedere klasse wordt een voorstel gedaan, dat afgestemd is op de positie van de schuldeisers van deze klasse. De schuldenaar mag zelf kiezen welke aanbod hij aan zijn schuldeisers doet. De klasse met MKB-ondernemers moet tenminste 20% van hun vordering ontvangen.

Het akkoord kan wijzigingen aanbrengen in de rechten van schuldeisers, zoals het geheel of gedeeltelijk kwijtschelden van een openstaande vordering of uitstel van betaling. Het akkoord kan wijzigingen omvatten van de rechten van alle schuldeisers en aandeelhouders. Anders dan bijvoorbeeld het surseance akkoord, kan een WHOA-akkoord ook zien op een aanpassing van de rechten van de preferente en zekerheidsgerechtigde schuldeisers. Met de WHOA is het ook mogelijk om lopende overeenkomsten (zoals huurovereenkomsten) eenzijdig te beëindigen als de wederpartij niet instemt met een voorgestelde wijziging of beëindiging. Arbeidsovereenkomsten zijn hiervan uitgezonderd.

Naast een wijziging van de rechten van schuldeisers, kan het akkoord eveneens de rechten van aandeelhouders wijzigen. Bijvoorbeeld bij een ‘debt for equity swap’, waarbij de vordering van een schuldeiser geheel of gedeeltelijk wordt omgezet in eigen vermogen.

Mocht een schuldeiser betrokken worden bij een akkoord, behoudt hij in ieder geval het recht om een derde (borg of medeschuldenaar) die aansprakelijk is voor een schuld van de schuldenaar of op enige wijze zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de schuld, aan te spreken tot voldoening van de oorspronkelijke vordering op de schuldenaar.

Contact opnemen