Weigering PCR-test geen ernstig verwijtbaar handelen, maar voldoende reden voor ontbinding arbeidsovereenkomst

Een groepsleerkracht van een kinderopvangorganisatie weigert zich te laten testen op het coronavirus. Als zij in korte tijd twee keer tien dagen in thuisquarantaine moet, zet haar werkgever haar op non-actief. Ook daarna blijft de vrouw de door de werkgever gevraagde PCR-test weigeren, waarna de werkgever de rechtbank vraagt de arbeidsovereenkomst te ontbinden zonder toekenning van een transitievergoeding.

Volgens het bedrijf is sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkneemster. De werkgever, die zich aan het coronabeleid van de overheid wil houden, heeft een zorgplicht. Nu de werkneemster stelselmatig weigert zich aan de voorschriften en instructies van de kinderopvangorganisatie te houden, kan het bedrijf haar het werk niet meer laten doen. Zo weigert de werkneemster zich te laten testen nadat zij in nauw contact is geweest met een besmette collega, waardoor ze tien dagen in thuisquarantaine moet. Ook weigert zij zich bij klachten te laten testen, waardoor ze een maand later opnieuw tien dagen in quarantaine moet.

De werkneemster vraagt de rechtbank Amsterdam het verzoek van de werkgever om de arbeidsovereenkomst te ontbinden af te wijzen. Als de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, vraagt zij de rechtbank de werkgever te veroordelen tot het betalen van een vergoeding van 12.000 euro. De werkneemster voert hierbij aan dat zij ervoor kiest om bij klachten of na contact met een besmet persoon tien dagen in thuisquarantaine te gaan. Ze weigert zich te laten testen en beroept zich hierbij op de artikelen 10 en 11 van de Grondwet: het recht op lichamelijke integriteit en eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Verwijtbaar handelen

Er is een redelijke grond om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, zo oordeelt de rechtbank. Een overeenkomst kan worden opgezegd wanneer herplaatsing van de werknemer naar een andere passende functie niet mogelijk is. Of de werkneemster ook verwijtbaar heeft gehandeld door de PCR-testen te weigeren, ligt volgens de rechtbank echter gecompliceerder. Hierbij zijn botsende grondrechten in het geding. Aan de ene kant zijn er de grondrechten die van belang zijn bij het terugdringen van de pandemie, zoals artikel 22 van de Grondwet, dat waarborgt dat de overheid maatregelen treft ter bescherming van de volksgezondheid. Aan de andere kant kan het invoeren van maatregelen door een werkgever ook de grondrechten van een werknemer beperken, zoals artikel 10 en 11 van de Grondwet. Deze rechten zijn echter niet absoluut: onder omstandigheden is een inbreuk op een grondrecht gerechtvaardigd. Daarbij dient de inperking een legitiem doel te hebben, noodzakelijk te zijn, proportioneel te zijn en te voldoen aan het subsidiariteitsvereiste.

Veilige werkomgeving

Nu de PCR-test wereldwijd beschouwd wordt als de meest betrouwbare test om het coronavirus aan te tonen, en de opvang zorg moet dragen voor collega’s, kinderen en de ouders van die kinderen, is de instructie om werknemers op corona te testen met een PCR-test een geschikt en proportioneel middel, aldus de rechtbank. Het doel van de kinderopvang om met instructies een veilige werkomgeving te creëren, weegt dan ook zwaarder dan het bezwaar van de werkneemster. Door stelselmatig niet aan de instructies te voldoen, heeft zij verwijtbaar gehandeld en zal de arbeidsovereenkomst worden ontbonden.

Het verwijtbaar handelen van de werkneemster is echter niet zodanig dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, zo beslist de rechtbank. Zij concludeert dat de overeenkomst moet worden ontbonden met inachtneming van de geldende opzegtermijn van twee maanden. De werkgever zal de werkneemster een transitievergoeding van ruim 1700 euro moeten betalen.

ECLI:NL:RBAMS:2022:418

Contact opnemen

Rechtbank
De rechtbank is het gerecht in eerste aanleg.
Meer info »
Arbeidsovereenkomst
De overeenkomst waarbij de werknemer zich verbindt om in dienst van de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Drie elementen dienen aanwezig te zijn om te kunnen spreken van een arbeidsovereenkomst: arbeid (persoonlijk verricht door de werknemer), loon (veelal in geld) en een gezagsverhouding.
Meer info »
Overeenkomst
Een overeenkomst is een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer partijen richting een of meer andere partijen een verbintenis aangaan.Volgens de wet komt een overeenkomst tot stand door aanbod en aanvaarding. In welke vorm dat gebeurt, is is irrelevant, dus een overeenkomst kan ook mondeling tot stand komen. Het kan dan echter lastig zijn om bewijs te leveren van het bestaan van de overeenkomst.
Meer info »
Opzegtermijn
De opzegtermijn is de termijn die in acht genomen moet worden bij de opzegging van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:672 BW). De wet bepaalt dat de opzegtermijn voor een werknemer één maand is, en dat de opzegtermijn voor een werkgever afhankelijk is van de duur van het dienstverband: (i) minder dan 5 jaar is 1 maand, (ii) tussen vijf en tien jaar is 2 maanden, (iii) tussen tien en vijftien jaar is 3 maanden, (iv) meer dan vijftien jaar is 4 maanden. Partijen kunnen schriftelijk afwijken van de wettelijke opzegtermijn.
Meer info »
Transitievergoeding
Een transitievergoeding is de wettelijke ontslagvergoeding, die werkgever bij ontslag aan werknemer verschuldigd is, tenzij de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld (artikel 7:673 BW). Als de werknemer zelf opzegt bestaat er géén recht op een transitievergoeding. Sinds 1 januari 2020 heeft iedere werknemer, ongeacht of er sprake is van een tijdelijk contract, vanaf dag 1 recht op transitievergoeding bij ontslag. De hoogte van de transitievergoeding bedraagt 1/3 maandsalaris per gewerkt jaar.
Meer info »