Strikte eisen aan ontslag op staande voet

Er gelden strikte eisen aan een ontslag op staande voet. Wordt daaraan niet voldaan, dan is het ontslag niet rechtsgeldig en moet de werkgever vergoedingen aan de werknemer betalen.

Een man werkt als beveiliger bij een bibliotheek. Daar klaagt het personeel dat hij uitgebreid staart naar vrouwelijke medewerkers en bezoekers en seksueel intimiderende opmerkingen maakt, en zo grensoverschrijdend gedrag vertoont. Zijn werkgever, een beveiligingsbedrijf, roept hem op het matje. De beveiliger ziet het probleem niet en vindt ‘dat je tegenwoordig ook niks meer mag’. Hij wordt op staande voet ontslagen, wat hij aanvecht bij de kantonrechter (rechtbank Rotterdam).

Mededelingseis

In de wet staat dat zowel de werknemer als de werkgever de arbeidsovereenkomst kan opzeggen om een dringende reden. Die moet direct (‘onverwijld’) aan de andere partij worden medegedeeld. Ontslag op staande voet moet een ultimum remedium zijn en mag alleen bij uitzondering worden gegeven. De mededeling van de dringende reden moet de werknemer in staat stellen zijn standpunt over het ontslag op staande voet te bepalen. In deze zaak is het onduidelijk hoe de bibliotheek onderzoek heeft gedaan, wat de toedracht van de voorvallen was die tot de beschuldigingen hebben geleid en hoe het beveiligingsbedrijf tot het ontslagbesluit is gekomen. Zo blijft vaag wat de beveiliger concreet wordt verweten en waartegen hij zich precies moet verweren. Het beveiligingsbedrijf heeft niet voldaan aan de mededelingseis.

Beschuldigingen

Er zijn verder geen schriftelijke klachten van de vrouwen en de mondelinge verklaringen zijn niet bekend. Zonder toelichting op de beschuldigingen kan een ontslag op staande voet niet worden gegeven. Welke seksueel getinte opmerkingen de beveiliger heeft gemaakt, is niet bekend. Te lang naar dames staren is op zichzelf niet zo ernstig dat iemand daarvoor op staande voet kan worden ontslagen. Het was zelfs zijn taak om bezoekers en medewerkers van de bibliotheek goed te observeren. Nu er geen dringende reden voor de opzegging is en niet is voldaan aan de mededelingseis, is de man ten onrechte op staande voet ontslagen.

Billijke vergoeding

De beveiliger krijgt een transitievergoeding van € 11.593 bruto en een schadevergoeding van € 4.600 bruto. Nu het beveiligingsbedrijf ernstig verwijtbaar heeft gehandeld – er was geen sprake van een rechtsgeldige dringende reden om de man na een dienstverband van ruim 13 jaar te ontslaan – heeft de beveiliger ook recht op een billijke vergoeding. Dit is bedoeld als genoegdoening, maar ook om de werkgever erop te wijzen dat hij zijn gedrag aanpast. Bij de hoogte van deze vergoeding wordt rekening gehouden met de mate van verwijtbaarheid van de werkgever, de verwachte duur van de arbeidsovereenkomst als geen ontslag zou zijn gegeven, of de werknemer ander werk heeft gevonden, hoeveel de werknemer in de toekomst redelijkerwijs kan verdienen, de rol van de werknemer bij het ontslag op staande voet en de vraag of de werknemer aanspraak heeft op een transitievergoeding of vergoeding wegens onregelmatige opzegging. Na wat plussen en minnen komt de billijke vergoeding uit op € 15.000 bruto.

ECLI:NL:RBROT:2023:2568

Contact opnemen

Kantonrechter
De kantonrechter is belast met de behandelingen van bepaalde soorten zaken, namelijk: civiele zaken tot een bedrag van EUR 25.000,-, arbeidszaken, huurzaken, consumentenkoopzaken en consumentenkredietzaken. Verder gaat de kantonrechter ook over zaken met betrekking tot bewind, curatele, mentorschap en het verwerpen of aanvaarden van erfenissen. Het is bij een kantonrechter niet verplicht om een advocaat in te schakelen.
Meer info »
Arbeidsovereenkomst
De overeenkomst waarbij de werknemer zich verbindt om in dienst van de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Drie elementen dienen aanwezig te zijn om te kunnen spreken van een arbeidsovereenkomst: arbeid (persoonlijk verricht door de werknemer), loon (veelal in geld) en een gezagsverhouding.
Meer info »
Transitievergoeding
Een transitievergoeding is de wettelijke ontslagvergoeding, die werkgever bij ontslag aan werknemer verschuldigd is, tenzij de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld (artikel 7:673 BW). Als de werknemer zelf opzegt bestaat er géén recht op een transitievergoeding. Sinds 1 januari 2020 heeft iedere werknemer, ongeacht of er sprake is van een tijdelijk contract, vanaf dag 1 recht op transitievergoeding bij ontslag. De hoogte van de transitievergoeding bedraagt 1/3 maandsalaris per gewerkt jaar.
Meer info »
Billijke vergoeding
De billijke vergoeding is een vergoeding die een kantonrechter in een ontbindingsprocedure kan toekennen aan een werknemer, bovenop de wettelijke verplichte transitievergoeding. Voor een billijke vergoeding is enkel plaats als de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld richting de werknemer.
Meer info »