Tijdens de lockdown liet Wibra haar werknemers met een flexibel contract zoveel mogelijk werken. Voor zover dat niet kon, registreerde Wibra de niet gewerkte uren als min-uren. De werknemers moeten deze min-uren in het resterende jaar inhalen.

Min-uren ontstaan als volgt: het aantal uren dat werknemer op basis van zijn aanstelling moet werken wordt op jaarbasis vastgesteld. Daarnaast maakt werknemer met werkgever afspraken over de indeling van de feitelijke uren in een bepaalde periode (rooster). Valt er bijvoorbeeld een feestdag op een dag waarop werknemer volgens het rooster zou moeten werken, dan kan het voorkomen dat deze werknemer daardoor het aantal uren dat hij op jaarbasis moet werken, niet haalt. Hierdoor ontstaat een negatief saldo compensatieverlof, dit zijn min-uren.

Wibra en haar werknemers zijn gebonden aan de cao Retail non-food (cao). Daarin is bepaald dat werknemers een flexibel contract kunnen hebben. Werknemers met een flexibel contract moeten een gemiddeld aantal uren per week werken, waarvoor zij een vast loon ontvangen. Aan het eind van het jaar worden de te veel gewerkte uren alsnog uitbetaald en minder gewerkte uren vervallen.

De FNV stelt zich op het standpunt dat de cao in strijd is met de wet. Sinds januari 2020 luidt de nieuwe hoofdregel, geen arbeid, toch loon. Een uitzondering is als het niet werken voor rekening en risico van de werknemer komt. De werkgever is voortaan altijd verplicht loon te voldoen en komt daar enkel onderuit als hij kan bewijzen dat het niet verrichten van arbeid voor rekening van de werknemer behoort te komen. De cao is volgens de FNV bedoeld voor de kortdurende situaties (zoals bijvoorbeeld invallen voor een zieke collega) en niet voor een langdurige situatie zoals de lockdown. FNV zegt dat Wibra niet handelt als goed werkgever door haar werknemers min-uren te laten inhalen, terwijl werkgever voor de corona-problematiek subsidies ontvangt.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de cao niet in strijd is met de wet. De werknemers hebben tijdens het gedwongen thuiszitten hun volledige loon ontvangen. Daarvoor zijn de subsidies ook gebruikt. Dat volgens het FNV de cao alleen mag worden toegepast in kortdurende situaties blijkt niet uit de tekst van de cao. Uit de cao volgt niet dat de werknemers zich onbeperkt beschikbaar moeten houden voor het inhalen van min-uren. Het inroosteren gebeurt in goed overleg met de werknemer en er zijn grenzen aan het maximaal aantal uren dat ingehaald moeten worden. Het gaat slechts om 40 minuten per werknemer in de resterende 35 weken van 2021. Dat is niet onaanvaardbaar. De FNV maakt Wibra ten onrechte het verwijt dat zij niet als goed werkgever handelt.

Kortom, de voorzieningenrechter oordeelt dat Wibra de cao juist toepast en niet handelt in strijd met goed werkgeverschap door haar werknemers de uren die zij tijdens de lockdown niet hebben gewerkt, te laten inhalen.   

Contact opnemen