Bedrijven in de problemen door het corona-virus krijgen financiële hulp

Nederlandse bedrijven importeren voor zo’n 40 miljard euro per jaar aan goederen uit China. De uitbraak en verspreiding van coronavirus verstoort het werk en de productie van Nederlandse bedrijven steeds meer. Ondermeer kleding, smartphones en auto-onderdelen uit China komen daardoor niet op de plek van bestemming. Zo dreigt er in Nederland een tekort aan bijvoorbeeld knoflook, gember en medische hulpmiddelen. Goederen en onderdelen worden niet of minder geleverd, waardoor er minder werk is voor de werknemers. Ook de export van Nederlandse bedrijven naar China stagneert. Met het oog op recente constatering van ziektegevallen in onder andere Europa en Zuid-Korea lijkt het virus voorlopig nog niet te zijn ‘overgewaaid’. Een groeiend aantal Nederlandse bedrijven vraagt om die reden werktijdverkorting aan voor hun personeel. 

De regeling werktijdverkorting houdt in dat werknemers minder gaan werken als de werkgever (tijdelijk) onvoldoende werk heeft voor alle werknemers. Voor de niet-gewerkte uren kunnen werknemers een tijdelijke WW-uitkering krijgen. Werktijdverkorting is in het leven geroepen om te voorkomen dat er onnodige ontslagen vallen of bedrijven failliet gaan wegens 'abnormale omstandigheden'.

Voor het gebruik maken van de regeling moet er sprake zijn van buitengewone omstandigheden die in redelijkheid niet tot het normale ondernemersrisico kunnen worden gerekend. Gedurende tenminste 2 en maximaal 24 kalenderweken kan (naar verwachting) 20% van de aan de werkgever ter beschikking staande arbeidscapaciteit niet worden benut. De werkvermindering mag niet te maken hebben met zaken die tot het normale ondernemersrisico behoren, zoals gewijzigde concurrentieverhoudingen, een dalende economische conjunctuur, veranderd gedrag van de overheid, seizoensinvloeden, export- of importverboden, stakingen en slecht management.

Het kabinet heeft het coronavirus aangemerkt als een buitengewone omstandigheid in de zin van de regeling werktijdverkorting. Bedrijven komen in aanmerking voor de werktijdverkorting als zij kunnen aantonen dat er een direct verband is tussen de werkvermindering en het coronavirus. Hoewel de technologie- en auto-industrie het meeste zaken doen met China, geldt de regeling voor alle Nederlandse bedrijven. De regeling werd in het verleden ingezet bij onder meer de vuurwerkramp in Enschede, 9/11, de oorlog in Irak, de Mkz-crisis en de SARS-epidemie. Volgens het ministerie van Sociale Zaken hebben tot nu 36 bedrijven toestemming gekregen voor werktijdverkorting. Het gaat in totaal om 375 werknemers. Aanvragen van 21 bedrijven zijn nog in behandeling. Tien aanvragen zijn afgewezen.

Het is mogelijk om werktijdverkorting aan te vragen voor werknemers waarvoor de werkgever een loondoorbetalingsplicht heeft. Voor oproepkrachten met een nul-urencontract en uitzendkrachten kan geen werktijdverkorting worden aangevraagd. Er mag geen mogelijkheid bestaan de betrokken werknemers ergens anders te plaatsen, bijvoorbeeld in een andere vestiging van het bedrijf of een onderdeel van een concern.

Een vergunning voor werktijdverkorting duurt maximaal zes weken. Indien het bedrijf binnen deze periode niet voldoende hersteld is, kan de werktijdverkorting drie maal worden verlengd, telkens voor een periode van maximaal zes weken.

Heeft jouw bedrijf last van meer dan 20% werkvermindering als gevolg van de uitbraak of verspreiding van het corona-virus? Dan komt jouw bedrijf wellicht in aanmerking voor werktijdverkorting. Wil je meer informatie of kun je hulp gebruiken bij het aanvragen van een vergunning voor werktijdverkorting? STIPT. staat voor u klaar!
 

 

Contact opnemen