Het voorkomen van schijnzelfstandigheid; van de VAR naar wet DBA naar..?

Ruim een miljoen Nederlanders werkt als zzp’er. Zzp’ers zijn niet in loondienst en betalen dus geen sociale premies voor bijvoorbeeld een werkloosheids- of een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het komt voor dat opdrachtnemers bij opdrachtgevers werken als zzp’er terwijl in feite sprake is van loondienst. Aanknopingspunten voor wanneer dit het geval is, zijn dat de opdrachtnemer het werk persoonlijk moet verrichten, de opdrachtgever gezag heeft over de opdrachtnemer en er sprake is van een vast loon per maand. Vorige week is hierover nog een arrest verschenen, maar de Hoge Raad heeft bepaald dat de partijbedoeling niet meer doorslaggevend is bij de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst. Het kabinet wil deze zogenaamde schijnzelfstandigheid voorkomen. De opdrachtgever betaalt dan namelijk onterecht geen werkgeverspremies, daarnaast betekent dit ook oneerlijke concurrentie van de (schijn-)zzp’er met werknemers. Tot 1 mei 2016 kon schijnzelfstandigheid worden voorkomen met de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). Daarna is de VAR vervangen door de wet DBA (in de aanloop naar de inwerkingtreding van deze wet schreef STIPT. dit artikel). Omdat de wet DBA niet de duidelijkheid en rust bracht die hij moest brengen, heeft het kabinet besloten de wet (opnieuw) te vervangen. De wet DBA is en blijft van kracht, maar wordt (in ieder geval) tot 1 januari 2021 niet volledig gehandhaafd wat inhoudt dat de Belastingdienst niet handhavend optreedt, tenzij sprake is van zogenaamde ‘kwaadwillenden’ die opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laten ontstaan of laten voortbestaan. Ondertussen wordt gewerkt aan nieuwe wetgeving.

Het kabinet heeft een conceptwetsvoorstel (wet Drieluik) ontworpen ter vervanging van de wet DBA. Na een internetconsultatie is duidelijk geworden dat de bezwaren tegen het wetsvoorstel niet kunnen worden weggenomen zonder fors afbreuk te doen aan de effectiviteit van de maatregelen. Het kabinet heeft daarom besloten om deze maatregelen niet verder uit te werken. Onderdeel van de wet Drieluik was een webmodule, waarmee een opdrachtgever duidelijkheid kan krijgen op de vraag of de opdracht al dan niet buiten dienstbetrekking mag worden uitgevoerd. Uit de testfase is gebleken dat de webmodule in een groot aantal gevallen helderheid geeft. Daarom gaat het kabinet wel verder met het uitwerken van deze webmodule.

Om als opdrachtgever alvast te kunnen nadenken over de (her)inrichting van de werkrelatie met zzp'ers, wordt de webmodule waarschijnlijk dit najaar nog opengesteld als pilot. In de pilotfase zal de webmodule mogelijke uitkomsten geven (buiten dienstbetrekking, indicatie dienstbetrekking of geen oordeel), deze uitkomst heeft (nog) geen juridische status. Het invullen van de webmodule is niet verplicht.

Hoe het kabinet de nieuwe wet vorm gaat geven en op welke wijze de Belastingdienst de nieuwe maatregelen gaat handhaven is nog onduidelijk. De verwachting is dat de Belastingdienst de nadruk gaat leggen op risicovolle branches, zoals de (glastuin-)bouw en de champignonteelt. Het verdient aanbeveling om de door u gehanteerde overeenkomsten met zzp’ers door STIPT. te laten beoordelen en naar oplossingen te zoeken om de verschillen met de werkvloer te overbruggen, zodat u achteraf niet voor dure verrassingen komt te staan.    

 

 

 

Contact opnemen