Overdraagbaarheid en verpandbaarheid van vorderingen

De overdracht van een vordering (cessie) of de verpanding van een vordering is in beginsel mogelijk. Voor de cessie of de verpanding is geen medewerking van de debiteur nodig. Wel moet de debiteur van de (beoogde) cessie op de hoogte worden gesteld. Dat laatste is logisch want de debiteur moet weten aan wie hij moet betalen om zijn schuld -het spiegelbeeld van een vordering- in te lossen. Daarom is de cessie pas voltooid na de mededeling aan de debiteur.

Voor verpanding van een vordering, geldt hetzelfde als voor overdracht. Een stil pandrecht kan zelfs worden gevestigd zonder dat de debiteur van het pandrecht op de hoogte wordt gesteld. Zolang de verpanding nog niet aan de debiteur is medegedeeld, kan (en moet) de debiteur nog aan de oorspronkelijke crediteur betalen. Door mededeling van de verpanding aan de debiteur wordt het pandrecht openbaar en dient de debiteur aan de pandhouder te betalen. Een schuld is in beginsel niet vrijelijk overdraagbaar. Een schuld kan slechts worden overgedragen met medewerking van de crediteur. Dat is ook logisch, want geen enkele crediteur wil dat, buiten hem om, een kapitaalkrachtige debiteur wordt vervangen door een lege huls.

Lees verder “Overdraagbaarheid en verpandbaarheid van vorderingen”

Deel 2: de verhouding tussen de bestuurder, belastingdienst en pensioenfonds

In het vorige artikel bespraken wij de verhouding tussen de bestuurder en de vennootschap. In deel twee van deze serie staat de verhouding tussen de bestuurder en de belastingdienst en het pensioenfonds centraal. In vakjargon: de Tweede Antimisbruikwet (hierna: de wet).

Deze wet is opgenomen in artikel 36 lid 2 Invorderingswet 1990. De wet stelt statutaire / formele bestuurders onder bepaalde voorwaarden onafhankelijk van het gevoerde beleid aansprakelijk voor de afdracht van werknemers en volksverzekeringspremies, loon- en omzetbelasting, en bijdragen met betrekking tot de verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds.
Lees verder “Deel 2: de verhouding tussen de bestuurder, belastingdienst en pensioenfonds”

Verbod op executieveiling

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Overijssel heeft op 2 november een executieverbod opgelegd aan de bank. De bank maakte volgens de rechtbank misbruik van recht.

De bank wilde een woning executoriaal verkopen (veilen). De hypotheekgevers hadden zodanig hoge achterstanden laten ontstaan bij de betaling van maandelijkse hypotheektermijnen, dat de bank overging tot opzegging van de hypotheek en opeising van de uitstaande geldsom.

De bank gunde de hypotheekgevers een termijn om zelf de woning onderhands te verkopen. Daarmee zou de hypotheek dan kunnen worden terugbetaald. Lees verder “Verbod op executieveiling”

Onderzoeksplicht aannemer bij uitoefening retentierecht

Een aannemer bouwt op gemeentegrond, die is verkocht, maar nog niet aan de koper geleverd. De aannemingsovereenkomst wordt door kopers opgezegd. Kopers betalen de aannemer niet wat verschuldigd is. De aannemer roept het retentierecht in tegenover kopers en de gemeente. Mag dat? De voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam beantwoordde deze vraag op 16 april 2015 [1] ontkennend. Lees verder “Onderzoeksplicht aannemer bij uitoefening retentierecht”