Afspraken via WhatsApp, hoe rechtsgeldig zijn deze afspraken?

Het behoeft geen betoog dat WhatsApp een groot deel van onze communicatie heeft overgenomen. Meer en meer worden afspraken gemaakt via WhatsApp. Ook door rechters worden berichten die zijn verstuurd via WhatsApp, steeds vaker geaccepteerd als bewijsmateriaal.

Daarnaast blijkt uit jurisprudentie dat WhatsApp steeds vaker door werkgevers wordt gebruikt om iemand zijn ontslag aan te zeggen of zelfs om een werknemer op staande voet te ontslaan. Begin november van dit jaar werd een werknemer ontslagen, omdat hij onder werktijd ruim 1250 Whatsappjes -met zijn werktelefoon- aan zijn geliefde had gestuurd.

Eigenlijk is WhatsApp niet meer weg te denken uit onze maatschappij.

Ook werd de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland onlangs nog met WhatsApp geconfronteerd, toen zij de vraag moest beantwoorden of een huurder wel of niet had ingestemd met de beëindiging van de huurovereenkomst. Verhuurder stelt zich op het standpunt dat de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden is beëindigd en wil dat bewijzen aan de hand van de tussen partijen verstuurde WhatsAppjes. Huurder betwist dat zij heeft ingestemd.

Volgens de verhuurder volgt onder meer uit de door huurder verstuurde berichten dat de huurder wist dat zij in beginsel per eind september 2016 uit de woning zou moeten vertrekken. Verhuurder stelt meer in het bijzonder dat uit de berichten van huurder dat zij zicht had op een ander huis en een verklaring omtrent haar gedrag nodig had voor de nieuwe verhuurder, dat huurder daarmee vrijwillige instemde met de huurbeëindiging per eind augustus 2016.

De voorzieningenrechter deelt deze mening niet en overweegt als volgt: “Aangezien een schriftelijke verklaring van partijen ter zake de huurbeëindiging ontbreekt, moet uit de WhatsApp berichten een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van [gedaagde] blijken dat zij instemt met de huurbeëindiging. Uit de berichten van [gedaagde] blijkt vooralsnog niet meer dan [eiser] van zijn kant de huurovereenkomst wilde beëindigen, dat [gedaagde] wist dat [eiser] de huurovereenkomst wilde beëindigen, [gedaagde] er kennelijk van uit ging dat [eiser] daartoe gerechtigd was en dat zij heeft toegezegd te zullen gaan verhuizen als zij de beschikking had over een nieuwe woning.
De door partijen in het geding gebrachte WhatsApp berichten leveren dan ook niet een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van [gedaagde] op dat zij instemt met de huurbeëindiging. Dit geldt te meer nu [eiser] diverse keren [gedaagde] tevergeefs verzocht heeft een schriftelijke verklaring ter beëindiging van de huurovereenkomst te ondertekenen en [gedaagde] in de WhatsApp berichten ook heeft aangegeven graag in de woning te willen blijven wonen.”

De gevraagde voorziening wordt dan ook afgewezen. Uit voorgaande kan de conclusie worden getrokken, dat enerzijds Whatsapp-berichten als bewijsmiddel worden geaccepteerd, en anderzijds dat als de Whats app-berichten maar duidelijk en ondubbelzinnig genoeg zijn, deze ook rechtsgeldig (kunnen) zijn.

Betekent dit dan dat we vanaf nu af aan al onze afspraken via de WhatsApp kunnen vastleggen? STIPT. legt uit.

Wanneer is een WhatsApp-bericht rechtsgeldig?

Eén van de basisbeginselen van het verbintenissenrecht is dat een overeenkomst in principe vormvrij gesloten mag worden, ofwel mondeling, schriftelijk of op een andere wijze .

In artikel 6:217 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat een overeenkomst tot stand komt door aanbod en aanvaarding. De verklaring van het aanbod en de aanvaarding moeten wel in overeenstemming zijn met de wil van de aanbieder of de persoon die akkoord gaat. Problemen ontstaan meestal pas wanneer een van de partijen het niet meer eens is met de ‐ al dan niet mondeling ‐ gemaakte afspraken. Ieder schriftelijk stuk kan dan dienen als een bevestiging of een bewijs hiervan.

Omdat de rechter in civiele zaken vrij is in de bewijswaardering mag aangenomen worden dat een afspraak die via WhatsApp is gemaakt een rechtsgeldige (en aldus afdwingbare) overeenkomst betreft, zo volgt ook uit bovenstaande uitspraak.

Echter, dit geldt alleen voor afspraken of overeenkomsten die ‘vormvrij’ zijn. De vraag is hoe we om moeten gaan met overeenkomsten waarvoor een schriftelijkheidsvereiste geldt, bijvoorbeeld bij een aankoop, het stuiten van een verjaring of het versturen van een ingebrekestelling. Kan dat ook via WhatsApp?

Rechtsgeldigheid WhatsApp bij schriftelijkheidsvereiste.

De wetgever heeft in de parlementaire geschiedenis de intentie geuit, om het begrip ´schriftelijk´ ruim te interpreteren. Als gevolg daarvan kan inmiddels bijvoorbeeld een ingebrekestelling ook rechtsgeldig via e‐mail verzonden worden.

In sommige gevallen schrijft de wet schriftelijkheid voor, bijvoorbeeld bij het stuiten van de verjaring of bij koop van onroerend goed. In die gevallen is het de vraag of WhatsApp een handig communicatiemiddel is. Allereerst is WhatsApp met name geschikt voor korte berichten en niet voor lange documenten, maar inmiddels kunnen er ook bij WhatsApp-berichten, evenals bij e-mail, documenten worden aangehecht.

Vanuit bewijstechnisch oogpunt kunt u wellicht beter een WhatsApp bericht sturen dan een e-mail. Bij WhatsApp kan worden aangetoond dat de ontvanger een bericht ook daadwerkelijk heeft ontvangen (bij vinkjes) en gelezen heeft (blauwe vinkjes).

Als de lijn van het gebruik van e-mail in de jurisprudentie wordt doorgetrokken naar WhatsApp, zouden ook afspraken over de WhatsApp tot rechtsgeldige communicatie moeten leiden. Volgens de jurisprudentie moet er gekeken worden naar de reden waarom de wet een schriftelijkheidseis stelt. Is dat om aan te sluiten bij de gangbare praktijk van het sluiten van deze overeenkomsten, dan zal WhatsApp vaak toch rechtsgeldig zijn.

Vindt u het nu prettig om zaken via WhatsApp vast te leggen, maak ook daar dan afspraken over met uw wederpartij.  Zo kunt u overeenkomen dat het opzeggen van een overeenkomst ook rechtsgeldig via e-mail of WhatsApp kan gebeuren.

Betekent dat we nu alles via WhatsApp gaan vastleggen? Wij denken van niet; om de gemaakte afspraken goed vast te leggen en nadien te kunnen bewijzen, is een met de hand ondertekende overeenkomst op papier of gescand nog altijd het meest zeker. Immers, door de snelle technologische ontwikkelingen liggen vervalsingen en andere technologische misleidingen op de loer.

Ons advies: zijn de belangen groot en wilt u zeker weten dat uw afspraken goed zijn vastgelegd en dat u niet in de bewijsproblemen komt, als de afspraken niet worden nagekomen? Doe het dan op de ouderwetse manier: schriftelijk (op papier) en verstuur het stuk per aangetekende post of deurwaardersexploot, in ieder geval in die gevallen dat er geen weg terug is, zoals bij een fatale termijn of een opzegging van een huurovereenkomst of arbeidsovereenkomst of totdat er meer duidelijkheid in de rechtspraak is.

Heeft u nog vragen, de advocaten van STIPT. helpen u graag, ook via WhatsApp!